Je wilt dat je team spullen krijgt die lekker zitten en ook echt gedragen worden. Door eerst de werkschoenen te kiezen, zet je comfort meteen goed neer: mensen lopen makkelijker, houden het langer vol en grijpen minder snel naar hun eigen sneakers. Daarna stuurt die schoenkeuze de rest: hoe een broek valt, welke pasvorm prettig is en hoeveel bewegingsruimte je nodig hebt. Dat scheelt vaak gedoe met ruilen achteraf. Bij HKV werken we bewust in die volgorde, omdat het in de praktijk meestal minder gedoe geeft met maten, broekspijpen en retouren.
Begin bij de werkvloer: wat gebeurt er onder je voeten?
Start bij wat er echt gebeurt op de werkvloer. Dan kies je sneller een schoen die past bij het werk, en die keuze trekt je kledingkeuze vanzelf de goede kant op (lopen, knielen, tillen).
Kijk per functie vooral naar twee dingen: hoeveel er gelopen en gestaan wordt, en op wat voor ondergrond. Buitenwerk vraagt bijvoorbeeld om grip die ook werkt op natte ondergrond en een sluiting die prettig blijft als het vochtig is. In een magazijn kom je vaak uit op demping en stabiliteit, omdat mensen veel draaien, keren en stilstaan. In een werkplaats speelt bescherming sneller mee, plus hoe de schoen zich houdt op plekken waar de vloer glad kan zijn. Zet je dit vooraan, dan hoef je later minder te corrigeren omdat het in de praktijk toch net niet lekker werkt.
Pasvorm eerst: zo voorkom je ruilen en retouren
Een goede pasvorm voorkomt het meeste ruilen en retourneren. Het gaat niet alleen om de maat op papier, maar om hoe de schoen voelt na bewegen. Een kort pasmoment met een paar modellen en twee maten per persoon geeft vaak meer zekerheid dan één snelle pas in de “normale maat”.
Let tijdens het passen op deze signalen:
– Hiel komt omhoog bij lopen: vaak te ruim bij de hiel of verkeerde pasvorm
– Druk op de wreef waardoor veters extreem strak moeten: vaak te weinig ruimte bovenop
– Tenen raken de voorkant bij afrollen of traplopen: vaak te kort of te weinig teenruimte
– Knellen bij hurken: vaak te stug of te strak rond de voorvoet
– “Zweven” of schuiven in de schoen bij draaien: vaak te breed of onvoldoende steun
Doe minimaal een hurk- en traptest. Dan merk je snel of het goed zit. Komt één signaal duidelijk terug of blijft er twijfel, wissel meteen van maat of model. Zo kies je een schoen die vanaf dag één goed zit, in plaats van te hopen dat het “wel inloopt”.
Houd er rekening mee dat eerst schoenen kiezen extra tijd kost om te passen en te vergelijken. Dat is vooral lastig als je alles in één keer wilt bestellen. Wil je dat iedereen hetzelfde model draagt, maak het dan simpel: één standaardmodel per functie en één alternatief voor mensen die een andere pasvorm of sluiting fijner vinden.
Waar het schuurt als je schoenen te laat kiest
Kies je de schoenen pas aan het einde, dan zie je meestal twee voorspelbare knelpunten. Met twee snelle checks voorkom je dat kleding en schoen straks tegenwerken.
Eén: broeken vallen anders. Een hogere schoen of dikkere zool verandert hoe een broekspijp valt. Als het schoenmodel vaststaat, kun je de broeklengte daarop afstemmen, zodat broekspijpen netter zitten en prettiger vallen bij lopen.
Twee: mensen bewegen anders. Een stuggere of zwaardere schoen beïnvloedt hoe iemand knielt, draait en afzet. Ligt de schoen eerst vast, dan zie je sneller welke broek genoeg bewegingsruimte moet hebben bij knielen en draaien. Daardoor zit het geheel vaak comfortabeler tijdens het werk.
Zie je veel onderling ruilen, stapelen retouren zich op, of dragen mensen toch hun eigen schoenen? Ga dan terug naar de basis: welke functies hebben welke ondergrond, en welke pasvorm-signalen kwamen terug bij het passen. Met die info wordt je volgende keuze direct gerichter.
Kleding en PBM laat je daarna aansluiten, zonder variantenstress
Als de schoenkeuze vaststaat, wordt de rest een stuk rustiger. De schoen bepaalt al veel: welke broeklengte logisch is, hoeveel ruimte je nodig hebt bij bukken en tillen, en wat past bij binnen of buiten werken. Beoordeel merken en modellen vooral op pasvorm en materiaal, niet op “het merk” zelf. Loopt of staat je team veel, maak dan comfort en stabiliteit in de schoen leidend. Werk je juist heel uniform in één omgeving, dan kun je makkelijker standaardiseren en de kledingkeuze zwaarder laten meewegen.

