Je boekhouder schuift een vel papier over tafel en zegt: “De IRR op die machine is 18 procent.” Je knikt, want je wilt niet als de enige in de kamer overkomen die het niet snapt. Maar wat zegt dat getal nu eigenlijk, en moet je op basis daarvan tekenen voor €40.000?
In dit artikel leggen we de IRR uit zonder financieel jargon. Aan de hand van diezelfde machine van €40.000 laten we zien hoe je het percentage berekent, wat het betekent en wanneer je er iets aan hebt bij een investeringsbeslissing.
Het probleem: appels vergelijken met peren
Stel je hebt twee opties. Optie A is die machine van €40.000. Optie B is een marketingcampagne van €15.000 die naar verwachting nieuwe klanten oplevert. Beide kosten geld nu en leveren iets op later, maar de bedragen, looptijden en risico’s zijn totaal verschillend. Hoe vergelijk je ze eerlijk?
De terugverdientijd is een eerste antwoord, maar die houdt geen rekening met wat er ná die terugverdienperiode gebeurt, terwijl relevante investeringen veel breder moeten worden beoordeeld. De netto contante waarde (NCW) geeft een bedrag in euro’s, maar dat bedrag zegt weinig als je twee investeringen van een compleet andere schaal vergelijkt. De IRR lost dit op door alles terug te brengen naar één percentage, vergelijkbaar met een rente. Dat maakt optie A en optie B ineens vergelijkbaar, ook als ze qua omvang hemelsbreed verschillen.
Wat de IRR in één zin doet
De Internal Rate of Return, de IRR, is de disconteringsvoet waarbij de netto contante waarde van een investering precies nul is. Concreter: het is het rendement dat een investering oplevert als je rekening houdt met het moment waarop geld binnenkomt. Ligt de IRR boven wat jij als ondernemer minimaal wilt verdienen aan je geld, dan is de investering de moeite waard. Ligt hij eronder, dan niet.
Waarom een euro nu meer waard is dan een euro over drie jaar
Voordat je de IRR kunt begrijpen, moet je het idee van de tijdswaarde van geld snappen. Dat klinkt abstract, maar het is eigenlijk heel gewoon. Een euro op je rekening vandaag kun je investeren, uitlenen of gebruiken. Over drie jaar is diezelfde euro minder waard, simpelweg omdat je er in de tussenliggende periode niets mee hebt kunnen doen én omdat inflatie hem uitholt.
Stel dat je een minimaal rendement van 8 procent verwacht op je geld. Dan is €1.000 die je over twee jaar ontvangt vandaag maar ongeveer €857 waard. Die “vertaalslag” heet disconteren. De IRR draait dit principe om: in plaats van een vaste disconteringsvoet te gebruiken, zoek je de voet waarbij de totale som van alle gedisconteerde kasstromen precies nulkomt.
Het doorlopende rekenvoorbeeld: een machine van €40.000
Je overweegt een productiemachine van €40.000. De verwachte kasstromen over vijf jaar zien er als volgt uit:
| Jaar | Kasstroom |
|---|---|
| 0 (nu) | -€40.000 (investering) |
| 1 | +€8.000 |
| 2 | +€10.000 |
| 3 | +€12.000 |
| 4 | +€12.000 |
| 5 | +€10.000 |
In totaal ontvang je €52.000 terug op een investering van €40.000. Dat lijkt mooi, maar de vraag is: wat is dat rendement precies, rekening houdend met het moment waarop je dat geld ontvangt?
Stap 1: breng alle verwachte kasstromen per jaar in kaart
Dit heb je hierboven al gedaan. Let op een paar praktische punten. Neem alleen de kasstromen mee die direct met de investering te maken hebben: extra omzet, kostenbesparingen, onderhoudskosten, precies het soort gegevens dat goed boekhouden je oplevert. Vergeet niet eventuele restwaarde van de machine aan het einde. En wees eerlijk over de onzekerheid: kasstromen in jaar 4 en 5 zijn minder voorspelbaar dan in jaar 1. Sommige ondernemers rekenen bewust iets conservatiever voor de latere jaren.
Stap 2: zoek de disconteringsvoet die de NCW op nul brengt
De NCW bereken je door elke kasstroom te delen door (1 + r) tot de macht van het jaar, waarbij r de disconteringsvoet is. De IRR is de waarde van r waarbij de som van alle gedisconteerde kasstromen, inclusief de beginuitgave van -€40.000, precies uitkomt op nul.
In formule: NCW = -40.000 + 8.000/(1+r) + 10.000/(1+r)² + 12.000/(1+r)³ + 12.000/(1+r)⁴ + 10.000/(1+r)⁵ = 0
Je kunt r niet algebraïsch oplossen. Je moet hem vinden via een iteratief proces, ofwel: proberen en bijstellen.
Stap 3: de IRR berekenen in de praktijk
Je hebt drie manieren:
- Excel of Google Sheets: Dit is verreweg het makkelijkst. Zet je kasstromen in een kolom (jaar 0 tot en met 5) en gebruik de formule =IR(bereik). Excel zoekt automatisch de disconteringsvoet die de NCW op nul brengt. Voor dit voorbeeld komt daar een IRR van ongeveer 14,5 procent uit.
- Online calculator: Zoek op “IRR calculator” en vul je kasstromen in. Handig als je Excel niet bij de hand hebt of een snelle check wil doen.
- Handmatig via trial-and-error: Je probeer een disconteringsvoet, zeg 10 procent. Dan bereken je de NCW. Is die positief, dan is de echte IRR hoger. Probeer 15 procent. Is de NCW dan negatief, dan ligt de IRR ergens tussen 10 en 15 procent. Je verfijnt net zo lang tot je op nul uitkomt. Dit is precies wat Excel automatisch doet, maar het helpt om het één keer met de hand te doen zodat je begrijpt wat er achter de formule zit.
Wat is een goede IRR voor een mkb-investering?
Als vuistregel geldt: de IRR moet hoger liggen dan je kostenvoet van kapitaal, ofwel wat het je kost om aan dat geld te komen. Leen je voor 5 procent bij de bank en is je IRR 14,5 procent, dan verdien je ruimschoots meer dan de financiering je kost. Dat is een groen licht.
Sectorverschillen zijn er wel degelijk. In de productiesector of logistiek zijn IRR’s van 12 tot 20 procent gebruikelijk voor uitbreidingsinvesteringen. In vastgoed ligt de lat lager, soms 8 tot 12 procent, omdat de risico’s stabieler zijn. In technologie en innovatie verwachten investeerders juist meer, denk aan 25 procent of hoger, vanwege het hogere risico. Een goede IRR voor jouw bedrijf is dus altijd relatief: relatief aan de risico’s, de sector en jouw eigen vermogenskosten.
IRR versus terugverdientijd
De terugverdientijd vertelt je wanneer je je investering terug hebt. Voor de machine hierboven: na vier jaar heb je €42.000 ontvangen, dus de terugverdientijd is iets meer dan vier jaar. Simpel en snel.
Maar de terugverdientijd houdt geen rekening met wat er daarna nog binnenkomt. En het houdt geen rekening met het tijdstip waarop kasstromen vallen: een machine die in jaar 1 al €15.000 oplevert scoort anders dan een machine die pas in jaar 4 op gang komt, ook al is het totaal hetzelfde. Precies daar schiet de terugverdientijd tekort en neemt de IRR het over.
IRR versus netto contante waarde: twee kanten van dezelfde medaille
De NCW en de IRR zijn verwant, maar ze beantwoorden verschillende vragen. De NCW zegt: “Deze investering levert je in huidige euro’s €X op.” De IRR zegt: “Deze investering rendeert X procent per jaar.”
Wanneer gebruik je welke? Vergelijk je twee investeringen van vergelijkbare omvang, dan werkt de IRR goed als kompas. Vergelijk je investeringen van sterk verschillende grootte, gebruik dan de NCW. Een kleine investering met een IRR van 25 procent levert in absolute euro’s misschien minder op dan een grote investering met een IRR van 15 procent. De NCW maakt dat direct zichtbaar.
De valkuilen van de IRR
De IRR is krachtig, maar niet onfeilbaar. Er zijn twee belangrijke valkuilen.
Ten eerste: als kasstromen wisselen van positief naar negatief naar positief, kan de IRR meerdere wiskundige oplossingen hebben. Stel dat je machine in jaar 3 een grote onderhoudsbeurt vereist van €8.000, waardoor de kasstroom dat jaar negatief wordt. De formule geeft dan soms twee of drie mogelijke IRR-percentages. Gebruik in dat geval liever de NCW als besliscriterium.
Ten tweede: een hoge IRR op een kleine investering is niet altijd beter dan een lagere IRR op een grote. Een project van €5.000 met een IRR van 40 procent levert in absolute euro’s minder op dan een project van €200.000 met een IRR van 18 procent. Kijk dus altijd ook naar de NCW naast de IRR.
Praktische beslisregel voor de mkb-ondernemer
Gebruik de IRR als een van je instrumenten, niet als het enige. Een goede aanpak voor een investeringsbeslissing ziet er zo uit:
- Bereken de IRR en check of hij ruim boven je financieringskosten ligt, minimaal met een marge van een paar procentpunten voor onvoorziene tegenvallers.
- Bereken ook de NCW om te weten wat de investering je in absolute euro’s oplevert.
- Kijk naar de terugverdientijd als je weet dat je liquiditeit krap is of de situatie snel kan veranderen.
- Vertrouw daarnaast je eigen kennis van de markt. Een IRR van 20 procent op kasstroomprognoses die je zelf niet gelooft, is geen groen licht.
Voor de machine van €40.000 met een IRR van 14,5 procent en een financieringsrente van 5 procent is het verhaal helder: de investering verdient zichzelf terug met ruime marge. Dat is precies wat de IRR je in één oogopslag vertelt.
De IRR geeft je één getal waarmee je een investering kunt afwegen tegen je financieringskosten en tegen andere opties. Het is geen garantie op rendement, want de berekening staat of valt met de kasstromen die je invoert. Reken daarom altijd met realistische cijfers, leg de IRR naast de NCW en gebruik een spreadsheet of online rekentool om het rekenwerk te doen. Zo weet je bij de volgende offerte precies waar je aan toe bent.

